Voorbij AI: vijf megatrends die het bedrijfsleven de komende tien jaar gaan opschudden

Foto van Richard van Hooijdonk
Richard van Hooijdonk
Er komt meer op ons af dan alleen AI. Vijf megatrends gaan de komende tien jaar alles veranderen. Is jouw bedrijf klaar voor de storm?

AI is overal. Het domineert het nieuws, schrijft pitches en staat centraal in elke directiekamer. Logisch, want de mogelijkheden zijn eindeloos. Maar wie zich blindstaart op AI alleen, mist andere grote ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Op weg naar 2030 zijn er nieuwe maatschappelijke, geopolitieke en technologische megatrends aan het opkomen. 

Bedrijven die deze nieuwe trends vroegtijdig signaleren, nemen een voorsprong op de concurrentie. Een slimme strategie draait om het verruimen van je blikveld. De succesvolle bedrijven van morgen automatiseren niet alleen hun workflows, maar spelen actief in op de veranderingen die eraan komen. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen risico’s zijn, maar er zijn wel echt kansen waarmee je je kunt onderscheiden. Hieronder gaan we in op vijf belangrijke megatrends (AI laten we dus even buiten beschouwing) die op ieders radar moeten staan. Ze veranderen het speelveld fundamenteel: van de manier waarop er wordt gewerkt tot hoe bedrijven groeien. Ben jij er klaar voor?

1. De grote demografische tweedeling

Door de combinatie van vergrijzing, een krappe arbeidsmarkt en een aanwas van jong talent in lagelonenlanden verschuift de wereldwijde balans. Bedrijven moeten hun strategie herzien om de toegang tot talent veilig te stellen.

Een van de belangrijkste trends waardoor het bedrijfsleven verandert, is het vergrijzen en, in veel economieën, het krimpen van de beroepsbevolking. De arbeidsparticipatie van ouderen is de afgelopen decennia flink gegroeid (net als het aantal huiseigenaren, maar dat is een ander verhaal) omdat mensen langer blijven werken en werkgevers steeds meer waarde hechten aan de ervaring die ouderen inbrengen. Zo is in de lidstaten van de OESO (overwegend welvarende landen) de arbeidsparticipatie van 45- tot 64-jarigen tussen 2000 en 2024 met gemiddeld 9,3 procentpunt gestegen. Daaruit blijkt wel hoe snel de situatie op de werkvloer kan veranderen. 

Waarom werken steeds meer ouderen langer door? Dat heeft een paar duidelijke redenen. Aan de ene kant dwingen beleidshervormingen op het gebied van pensioenen ons om langer te blijven werken. Aan de andere kant is het simpelweg haalbaarder. Door ontwikkelingen in de gezondheidszorg en een hogere levensstandaard blijven meer mensen tot op latere leeftijd gezond en is het dus geen probleem om te blijven werken, of ze stappen over naar minder veeleisende functies. Ook dankzij een hoger opleidingsniveau blijven oudere werknemers langer relevant; hun kennis en ervaring zijn immers goud waard. Samen met een betere gezondheid en aanpasbare werkplekken zorgt dit ervoor dat velen lang na de traditionele pensioenleeftijd nog van grote waarde blijven op de werkvloer.

Een vergrijzende samenleving

Vanuit maatschappelijk oogpunt betekent een hogere levensverwachting ook dat we op economisch en sociaal gebied langer actief blijven. Een vergrijzende bevolking kan dus ook een bron van kracht worden. Keerzijde is dat de combinatie van veel ouderen, minder geboortes en een krimpende beroepsbevolking de druk op de sociale systemen vergroot. In veel welvarende landen moet een steeds kleinere groep mensen de lasten dragen voor de rest. Doordat de beroepsbevolking krimpt, kan de economische groei per persoon tot 2050 jaarlijks met bijna 0,4 procentpunt dalen, zo blijkt uit schattingen van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO). Bedrijven gaan dit direct merken: de arbeidsmarkt wordt krapper, het tekort aan geschoold personeel blijft aanhouden en de concurrentie om talentvolle werknemers neemt toe.

Nu er minder nieuwe mensen bijkomen op de arbeidsmarkt, beginnen bedrijven in de welvarende landen naar andere strategieën voor talent te kijken. In plaats van buiten de deur te zoeken, focussen werkgevers steeds meer op interne doorgroei en bijscholing. Uit onderzoek van het World Economic Forum blijkt dat 60% van de bedrijven vol inzet op het omscholen van eigen personeel. Daarnaast kiezen veel bedrijven voor verregaande automatisering om hun productiviteit op peil te houden met een dalend personeelsbestand. In een vergrijzende samenleving zien we dus een tweeledige focus: het bijscholen van de huidige medewerkers en het investeren in technologie die routinematige taken overneemt en de menselijke kwaliteiten versterkt.

De kracht van jongeren

Terwijl het westen vergrijst, kampen lagelonenlanden met een heel andere uitdaging: een explosieve groei van de beroepsbevolking. Door een geboortegolf in landen zoals Nigeria en Pakistan staat een recordaantal jongeren klaar om aan de slag te gaan. Maar er dreigt een gigantisch gat. De Wereldbank verwacht dat in de komende tien jaar zo’n 1,2 miljard jongeren in opkomende economieën en ontwikkelingslanden de leeftijd bereiken waarop ze aan het werk willen, terwijl er in die periode maar 420 miljoen extra banen gecreëerd zullen zijn. Bijna 800 miljoen jongeren gaan dus een onzekere toekomst tegemoet. Een groeiende beroepsbevolking kan de motor zijn achter een snelle economische groei. Maar dan moeten er wel genoeg banen beschikbaar zijn. Gebeurt dit niet? Dan leidt dat tot langdurige werkloosheid, frustratie en een toenemende druk op sociale voorzieningen. Als automatisering de overhand neemt, kan dat dus maatschappelijke onrust veroorzaken.

Deze uiteenlopende ontwikkelingen hebben invloed op de wereldwijde verdeling van banen. Op dit moment is de beroepsbevolking nog aardig gelijk verdeeld tussen lage-inkomenslanden (49%) en hoge-inkomenslanden (51%). Maar volgens prognoses van het WEF zal in 2050 zo’n 59% van de wereldwijde actieve bevolking (15 tot 75 jaar) in lagelonenlanden wonen. Regio’s met veel jonge mensen, vooral India en veel landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, zullen de komende decennia goed zijn voor tweederde van de nieuwe instroom op de wereldwijde arbeidsmarkt. Hoe het bedrijfsleven reageert op deze nieuwe balans, bepaalt waar het talent van de toekomst werkt, waar nieuwe markten opkomen en wie de nieuwe marktleiders worden.

2. Een wereld in beweging

Toenemende handelsbelemmeringen, verschuivende allianties en veranderingen in toeleveringsketens dwingen bedrijven na te denken over waar en hoe ze in de wereld actief zijn.

Geopolitieke spanningen drukken een steeds grotere stempel op de wereldwijde handel. Door handelsconflicten, sancties en exportbeperkingen raken vertrouwde routes verstoord en dat zorgt voor onzekerheid in de toeleveringsketens. Vooral de armste landen zijn kwetsbaar. Basisbehoeften als eten en energie zijn daar de grootste kostenposten voor mensen; als die prijzen stijgen door handelsbelemmeringen, verdwijnt de koopkracht en dat leidt tot sociale onrust. Wereldwijd reageren regeringen op deze trend door de handel aan banden te leggen, meer subsidies te verstrekken en voorrang te geven aan eigen producenten of strategische partners.

De Wereldhandelsorganisatie laat weten dat het aantal handelsbeperkingen tussen 2020 en 2024 ruimschoots is verdubbeld. Inmiddels valt bijna 10% van de wereldwijde import onder een vorm van beperking. De VS heeft zoals we weten, onder de vlag van ‘America First’, zware importheffingen opgelegd aan Canada, Mexico en (het meest extreem) China. Voor producten zoals elektrische auto’s lopen de tarieven zelfs op tot boven de 100%. Ook de EU en een paar andere economieën hebben beschermende maatregelen en subsidieregelingen ingevoerd, waardoor de markttoegang voor multinationals ingewikkelder wordt. BCG schat dat overheden nu elk jaar zo’n 3000 van dit soort economische maatregelen nemen. Dat is zes keer zoveel als tien jaar geleden.

Ondertussen verschuift het geopolitieke zwaartepunt steeds verder naar het zuiden. De economische macht kantelt langzaam van het westen naar opkomende markten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Een duidelijk bewijs hiervan is de uitbreiding van BRICS (samenwerkingsverband van elf opkomende economieën) met Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte. Nu deze drie Arabische zwaargewichten aan boord zijn, vertegenwoordigt BRICS 45% van de wereldbevolking en 28% van het mondiale bruto binnenlands product. Hiermee krijgt de groep een steeds grotere rol in handelsafspraken, energiebeleid en financiële samenwerking.

Terug naar de eigen regio

Als reactie op de groeiende spanningen in de wereldeconomie kiezen steeds meer bedrijven voor productie dichter bij huis. Door deze verschuiving naar ‘nearshoring’ kunnen ze sneller leveren en zijn ze minder kwetsbaar voor handelsconflicten. Zo kopen Amerikaanse bedrijven steeds vaker onderdelen en eindproducten in Mexico, waar de loonkosten 20% tot 30% lager liggen dan in China. De kortere afstand vermindert bovendien het transportrisico. Europese bedrijven kiezen voor een vergelijkbare strategie en breiden hun inkoop uit naar het Middellandse Zeegebied. Landen als Egypte, Tunesië en Marokko zijn nu goed voor meer dan 8% van de Europese inkoop, en nearshoring maakte in het eerste kwartaal van 2024 ongeveer 15% uit van de inkoop van Europese merken en retailers.

Uit een onderzoek van Bain & Company onder executives in 2024 blijkt dat maar liefst 81% van plan is om de toeleveringsketen dichter bij de belangrijkste afzetmarkten te brengen. Een aanzienlijk deel investeert hier nu al in: zo’n 18% van de respondenten zet in op onshoring of nearshoring, terwijl 46% kiest voor split-shoring: een mix van productie oversee (offshore), in de regio (nearshore) en in eigen land (onshore). Volgens BCG kan deze trend ertoe leiden dat regionale ketens tegen 2030 goed zijn voor de helft van de wereldhandel. In 2020 was dat nog 30%; een forse stijging dus. 

Nearshoring en reshoring brengen echter hun eigen uitdagingen met zich mee. Het tekort aan arbeidskrachten staat daarbij bovenaan de lijst. Een onderzoek van Deloitte uit 2024 laat zien dat de Amerikaanse productiesector nu al een tekort heeft van ongeveer 1,9 miljoen werknemers. Als de manier van werven en opleiden hetzelfde blijft, kan dit tekort de komende tien jaar oplopen tot 3,8 miljoen. Voor bedrijven die nearshoring of reshoring overwegen, draait het dus niet alleen om de locatie van de volgende fabriek. Er ligt ook een uitdaging in het vinden, trainen en behouden van de juiste mensen in een economie die wereldwijd steeds verder versnippert.

3. De factuur van Moeder Natuur

De kosten als gevolg van extreem weer stijgen hard en de druk vanuit regelgeving neemt toe. Klimaatbestendigheid is voor leiders niet langer optioneel, maar bittere noodzaak.

Klimaatverandering blijft de komende tien jaar een van de meest bepalende factoren voor bedrijfsstrategieën. Extreme weersomstandigheden nemen toe en ontregelen wereldwijd zowel gemeenschappen als bedrijfsprocessen. Wetenschappers bevestigen dat 2024 het warmste jaar ooit was; voor het eerst lag de gemiddelde wereldtemperatuur een heel kalenderjaar lang meer dan 1,5 graad boven het pre-industriële niveau. De kosten van extreem weer lopen steeds verder op. Uit schattingen van Gartner blijkt dat het aantal extreme weersomstandigheden in de VS die jaarlijks meer dan 1 miljard dollar aan schade veroorzaken, ruim is verdrievoudigd. Tussen 1980 en 2019 waren er gemiddeld 7,2 van zulke gebeurtenissen per jaar; in de periode 2020-2024 is dat aantal omhooggeschoten naar gemiddeld 23 per jaar.

De prijs van niets doen

In Europa zien we eenzelfde beeld: extreem weer laat een spoor van vernieling achter dat de EU tussen 1980 en 2024 zo’n 822 miljard euro heeft gekost. Waar de jaarlijkse schade in de jaren tachtig nog op 8,6 miljard euro lag, is dat in de afgelopen vier jaar opgelopen tot bijna 45 miljard euro per jaar. Deze explosieve groei ligt ver boven de inflatie en is het directe gevolg van extremere stormen, hittegolven en overstromingen. Uit prognoses blijkt dat de rekening voor klimaatverandering de komende decennia verder zal oplopen, ook als er wereldwijd flink wordt ingezet op het tegengaan van klimaatverandering. Tegen 2050 zullen klimaatproblemen naar verwachting jaarlijks zo’n 1,2 biljoen dollar aan schade veroorzaken voor grote internationale bedrijven, zo staat in een rapport van S&P Global Sustainable. Extreme hitte en watertekorten zullen de grootste impact hebben.

Dit betekent dat leiders zich moeten voorbereiden op zowel directe fysieke bedreigingen als langetermijnrisico’s. Die directe bedreigingen lopen uiteen van schade aan gebouwen door orkanen tot problemen met de bevoorrading door overstromingen of stroomuitval, maar ook veiligheidsrisico’s voor werknemers tijdens bosbranden of extreme hitte. Ook de langetermijnrisico’s zijn belangrijk: gebouwen in kwetsbare locaties die minder waard worden, de consument die steeds meer om klimaatvriendelijke producten vraagt en overheidsregels die strenger worden. Ondanks de urgentie loopt de voorbereiding bij bedrijven flink achter de feiten aan. Uit de S&P Global Corporate Sustainability Assessment van 2024 blijkt dat slechts 35% van de beoordeelde bedrijven een strategie voor klimaatveerkracht heeft opgezet.

Groen is de nieuwe trend

Hoewel wereldwijde klimaatonderhandelingen steeds ingewikkelder worden, geven veel bedrijven aan de groene transitie belangrijk te vinden. Bijna de helft van de werkgevers die meededen aan de Future of Jobs Survey 2025 van het WEF ziet meer inspanningen om emissies te verminderen als een belangrijke drijfveer voor verandering binnen hun bedrijf, en 41% denkt dat investeringen in klimaatadaptatie hun activiteiten zullen veranderen. Dit zijn geen loze woorden; we zien echt een omslag. Volgens het World Energy Investment-rapport van het Internationaal Energieagentschap (IEA) uit 2025 bereiken de investeringen in groene technologie in 2025 een historisch record van 2,2 biljoen dollar. We hebben het dan over alles van hernieuwbare energie en kernenergie tot emissiearme brandstoffen, netwerkverbeteringen, elektrificatie en efficiëntie. In 2025 kwam een derde van alle stroom wereldwijd uit hernieuwbare bronnen. Daarmee hebben we steenkool voor het eerst achter ons gelaten.

Om de klimaatdoelen te halen hebben werknemers nieuwe technische kennis en vaardigheden nodig. Vooral in de productie en de industrie verandert het werk ingrijpend vanwege de overgang naar schonere processen en technologieën. De arbeidsmarkt heeft moeite om het tempo van deze veranderingen bij te benen. Hoewel het aandeel werknemers met ‘groene vaardigheden’ wereldwijd met 12% steeg tussen 2022 en 2023, groeide het aantal vacatures dat om deze skills vraagt met bijna 22%. Dat blijkt uit het Global Green Skills Report 2023 van LinkedIn. Zonder extra investeringen in omscholing, van beroepsopleidingen tot grootschalige trainingen binnen bedrijven, lopen organisaties kansen mis en zullen werknemers niet mee kunnen komen in de groene transitie.

4. De kloof in skills

De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en veranderen wat nodig is op de werkvloer. Het bijspijkeren van talent is daarom dé grote uitdaging van nu voor werkgevers.

Groene vaardigheden zijn zeker niet de enige skills waar een tekort aan is. Werkgevers in alle sectoren melden een groeiend tekort aan divers talent en dat is een grote belemmering voor organisatorische transformatie. Maar liefst 63% van de respondenten in de Future of Jobs Survey van het WEF noemde een gebrek aan de juiste vaardigheden als de belangrijkste belemmering voor verandering tussen 2025 en 2030. Een groot deel verwacht dat de vaardigheden die hun teams nodig hebben flink zullen veranderen: 39% van de kernvaardigheden van werknemers zal in 2030 waarschijnlijk anders zijn. Technologische vaardigheden springen eruit als de skills waar het meest behoefte aan is. Vooral expertise in AI en big data is gewild, gevolgd door kennis van netwerken en cybersecurity. Maar met techniek alleen red je het niet. Werkgevers zoeken ook mensen die creatief kunnen denken en over de juiste instelling beschikken. Denk aan veerkracht, flexibiliteit, nieuwsgierigheid en de bereidheid om te blijven leren. Juist die combinatie maakt bedrijven klaar voor de toekomst.

Ervaring: het kip-of-het-ei-probleem

Het vinden van ervaren mensen is een steeds grotere uitdaging. Bedrijven moeten werven in een krappe arbeidsmarkt terwijl het werk zelf complexer wordt. Veel nieuwe medewerkers beschikken niet over de ervaring die nodig is voor nieuwere functies. In het 2025 Global Human Capital Trends-onderzoek van Deloitte noemde 66% van de managers en executives dat hun nieuwste werknemers niet volledig voorbereid waren, waarbij een gebrek aan ervaring het vaakst werd genoemd. Die mismatch komt door het klassieke ‘kip-of-het-ei’-probleem: je krijgt geen baan zonder ervaring, maar zonder baan bouw je geen ervaring op. De opkomst van AI gooit extra olie op het vuur. Terwijl kunstmatige intelligentie taken overneemt en banen complexer en veelzijdiger worden, moeten werknemers meer in hun mars hebben dan ooit. 

Als antwoord op het groeiende tekort aan vaardigheden zetten werkgevers vol in op het om- en bijscholen van hun huidige werknemers. Uit de Future of Jobs Survey blijkt dat 50% van de werknemers al trainingen heeft gevolgd via interne leerprogramma’s. De behoefte is echter vele malen groter. Werkgevers voorzien dat 59% van hun team tegen 2030 flink veel training moet hebben ontvangen om mee te kunnen komen. De veranderingen vragen om gestructureerde ontwikkelingspaden, interdisciplinair leren en creatievere manieren om vaardigheden op te bouwen.

Talent zonder grenzen

De opkomst van werken op afstand biedt ook kansen om het tekort aan vaardigheden op te lossen. Volgens prognoses van het WEF zal het aantal banen dat vanaf vrijwel elke locatie kan worden uitgevoerd tegen 2030 met circa 25% stijgen naar zo’n 92 miljoen. Digitaal werken op afstand levert over de hele linie voordelen op. Landen met een grote, jonge of hoogopgeleide bevolking kunnen profiteren van nieuwe inkomstenbronnen en kennisuitwisseling nu mondiaal remote werken steeds meer toeneemt. Sommige geschoolde mensen hebben in eigen land immers weinig kans op een baan. Remote werken heeft zichzelf inmiddels bewezen: we krijgen er meer vrijheid en betere carrièrekansen voor terug. Bedrijven winnen aan veerkracht door specialisten van over de hele wereld in te schakelen. Ook de economie wint, vooral op plekken waar lokale banen schaars zijn. De skills-crisis is nog niet voorbij, maar werken op afstand biedt een oplossing. Het is daarbij wel belangrijk dat bedrijven volop blijven investeren in de ontwikkeling van hun mensen.

5. Een verdeelde samenleving

Door de groeiende polarisatie en mondige consumenten wordt er kritischer naar merken gekeken. Vertrouwen winnen, echt blijven en het behouden van neutraliteit is lastiger dan ooit.

Wereldwijd neemt in veel landen de politieke en maatschappelijke verdeeldheid toe. De democratie staat onder steeds meer druk en het vertrouwen in overheden, de media en zelfs bedrijven brokkelt af. Populistische bewegingen krijgen steeds meer voet aan de grond, aangewakkerd door frustratie over de hoge kosten van levensonderhoud, snelle culturele veranderingen en het gevoel dat instellingen falen. Sociale media jagen deze trends verder aan. Door algoritmes komen we in informatiebubbels terecht waar we vooral lezen en horen wat we al vinden. Dit versterkt het nauwe groepsdenken en zorgt ervoor dat we de aansluiting met elkaar verliezen. Veel mensen verruilen het traditionele nieuws voor opiniërende podcasts. Invloedrijke CEO’s met mediaplatforms hebben een eigen podium om de publieke opinie te sturen.

De politisering van het bedrijfsleven

De toenemende verdeeldheid in de samenleving maakt het voor bedrijven lastig om strategieën uit te stippelen. Het consumentengedrag is minder goed te voorspellen en in de politiek kan er snel veel veranderen. Dit is ook van invloed op de werkvloer: werknemers kunnen een compleet tegenovergesteld wereldbeeld hebben en dit kan tot fricties tussen collega’s leiden. Bedrijven in zwaar gereguleerde sectoren staan onder nog meer druk. Een verandering in de publieke opinie kan namelijk direct impact hebben op hun vergunningen, nalevingsverplichtingen en investeringsplannen. Strategische keuzes zijn niet langer alleen een kwestie van cijfers; ze draaien nu ook om cultuur, identiteit en wat er leeft in de samenleving.

Bedrijven staan ook nog eens meer in de schijnwerpers dan ooit. Met meer media-aandacht en stakeholders die het gedrag van bedrijven scherper onder de loep nemen, voelen veel bedrijven zich genoodzaakt om standpunten in te nemen over kwesties die ze voorheen meden. Polarisatie versterkt politieke en sociale identiteiten en dat komt tot uiting in het koopgedrag van consumenten. Ze kiezen bewust voor merken die hun waarden delen en laten merken vallen die een tegenovergestelde visie hebben. Zo ontstaan er boycotts en ‘buycotts’: een ingenomen standpunt kan tegelijkertijd zowel felle voorstanders aantrekken als vastberaden tegenstanders opleveren. Aan de zijlijn blijven staan is echter ook geen optie; dat wekt vaak de minachting van beide kanten op.

Vertrouwen als handelswaar

Gegevens uit recent onderzoek bevestigen dat consumenten tegenwoordig anders naar merken kijken. Uit de Edelman Trust Barometer 2024 blijkt dat 78% van de consumenten wereldwijd van mening is dat merken een rol spelen in politieke kwesties, of dat nu bewust gebeurt of indirect. Zwijgen is geen optie meer: 71% vindt dat bedrijven kleur moeten bekennen als de samenleving daarom vraagt. 60% geeft toe dat ze op basis van die standpunten voor een bepaald merk hebben gekozen, zijn overgestapt of een merk hebben geboycot. Grote schommelingen in het consumentenvertrouwen hebben aanzienlijke financiële gevolgen. Volgens een rapport van de Allianz Group uit 2024 kan een daling van het consumentenvertrouwen met slechts 10% de consumptie de komende vier jaar met 105 miljard dollar doen krimpen. Markten zijn momenteel dus enorm gevoelig voor veranderingen in het publieke vertrouwen en het politieke klimaat.

Bedrijven die zich inzetten voor maatschappelijke kwesties kunnen daar veel baat bij hebben, maar critici waarschuwen dat sociale standpunten soms niet meer zijn dan een ‘branding tool’ en dat ze de principes die ze op de ene plek promoten elders in de wereld vaak weer moeiteloos loslaten. Vooral multinationals krijgen kritiek omdat ze hun beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen aanpassen aan het politieke klimaat van elk land waarin ze actief zijn. Consumenten vragen zich hierdoor af hoe oprecht deze bedrijven zijn en worden steeds wantrouwiger. Omdat de samenleving al verdeeld is leiden die dubbele standaarden tot felle reacties en schaden ze het vertrouwen. Voor je het weet zit je als bedrijf middenin een politiek wespennest.

Share via
Copy link