Het algoritme overleven: kun je 100 worden met je pensioen?

Langer leven, minder pensioen en de opkomst van AI; de planning voor onze oude dag moet over een andere boeg.
Foto van Richard van Hooijdonk
Richard van Hooijdonk
Langer leven, minder pensioen en de opkomst van AI; de planning voor onze oude dag moet over een andere boeg.

Voor een groot deel van de twintigste eeuw was, in de ontwikkelde landen, het opbouwen van een goed pensioen een van die fijne zekerheden in het leven. Je hoefde je niet echt zorgen te maken over je oude dag. Je bleef vaak decennialang voor dezelfde werkgever werken en je pensioen groeide vanzelf mee. Dankzij de hoge rentetarieven dikte je pensioen aan zonder dat je er omkijken naar had. Die voorspelbaarheid gaf rust. Kwam er een einde aan je werkzame jaren, dan had je dankzij al die jaren van premiebetaling een goed maandelijks inkomen. Had je zelf nog wat opzij gezet, dan was dat een leuk extraatje, maar het systeem zelf was het vangnet. Miljoenen mensen konden daarop bouwen. Maar dat model staat nu onder zware druk, en de drijvende kracht achter die verandering is, paradoxaal genoeg, óók een soort triomf.

In de twintigste eeuw is bijna overal in de wereld de levensverwachting enorm gestegen. Een direct resultaat van betere levensomstandigheden, betere voeding en ontwikkelingen in de geneeskunde. We worden ouder en blijven langer fit; iets waar we alleen maar blij mee kunnen zijn. Maar die extra jaren brengen ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Terwijl onze levensduur is toegenomen, zijn de geboortecijfers in veel regio’s juist drastisch gedaald. Minder kinderen betekent minder instroom op de arbeidsmarkt en daardoor uiteindelijk minder premiebetalers voor de pensioenstelsels waar miljoenen gepensioneerden van afhankelijk zijn. Overheden grijpen terug op een bekend recept: de lasten verschuiven van het collectief naar het individu. Het resultaat? Werknemers wereldwijd moeten noodgedwongen hun eigen plan gaan trekken voor hun oude dag.

“Dankzij innovaties in de biotechnologie, een gezondere levensstijl en goede genen halen steeds meer mensen de honderd. Dat betekent dat je pensioen wel 30 of zelfs 40 jaar kan beslaan.”

Joe Petry, oprichter en financieel planner bij Mayfair Financial

Een vergrijzende wereld

We worden steeds ouder, terwijl er ook steeds minder kinderen worden geboren. Die combinatie zorgt ervoor dat de pensioenstelsels het steeds moeilijker krijgen.

Een lang en gezond leven voor iedereen; dat willen we allemaal en de medische wetenschap streeft daar al naar sinds Hippocrates. De sprongen die we daar door de tijd heen in hebben gemaakt zijn ongekend. We worden veel ouder dan de generaties voor ons voor mogelijk hielden. In 2050 is een op de zes mensen op aarde 65 jaar of ouder; zo’n 1,6 miljard mensen. En bijna 450 miljoen mensen zijn dan ouder dan 80 jaar; een vervijftienvoudiging ten opzichte van 1975. “Het is niet meer ongewoon om 100 jaar te worden,” zegt Joe Petry, oprichter en financieel planner bij Mayfair Financial. “Dankzij innovaties in de biotechnologie, een gezondere levensstijl en goede genen halen steeds meer mensen de honderd. Dat betekent dat je pensioen wel 30 of zelfs 40 jaar kan beslaan; in feite een tweede volwassen levensfase zonder die dagelijkse werkdag.”

Er zijn twee duidelijke demografische trends gaande. Allereerst keldert het aantal geboortes; vrouwen baren gemiddeld één kind minder dan in 1990. Het wereldwijde gemiddelde is daardoor gezakt van 3,3 naar 2,3, waarbij meer dan de helft van alle landen inmiddels onder het vervangingsniveau van 2,1 zit. En we worden steeds ouder. De levensverwachting in de G7-landen is tussen 1995 en 2024 van 77,6 naar maar liefst 83 jaar geklommen. Rond 2050 worden we gemiddeld naar verwachting 86,4 jaar. En al die extra levensjaren winnen ook aan kwaliteit. Volgens het IMF is de geestelijke scherpte van de 70-jarigen van nu vergelijkbaar met die van de 53-jarigen van twintig jaar terug, terwijl ze fysiek niet onderdoen voor een 56-jarige. Mensen blijven tot op hoge leeftijd scherper en vitaler dan ooit tevoren.

De keerzijde van langer leven

Deze twee trends zijn op zichzelf positief, maar voor de pensioenstelsels zijn ze ongunstig. Minder mensen betreden de arbeidsmarkt, waardoor de groep werkenden, die de pensioenen van een groeiend aantal ouderen betaalt, steeds kleiner wordt. Het gevolg is dat wereldwijd steeds meer mensen niet meer kunnen rekenen op een goed pensioen voor hun oude dag. Ze moeten steeds vaker zelf hun pensioen ‘bij elkaar puzzelen’ met vrijwillige pensioenregelingen, beleggingsfondsen, lijfrenteverzekeringen of door gewoon zelf te sparen. En dat brengt natuurlijk de nodige risico’s en nadelen met zich mee.

Het probleem wordt verder verergerd doordat de meeste mensen bij het plannen van hun pensionering geen rekening houden met de gestegen levensverwachting. Veel 50-plussers onderschatten hoe lang hun spaargeld moet meegaan. De meesten baseren hun planning op de gemiddelde levensverwachting en gaan uit van zo’n 15 tot 20 jaar pensioen. Als ze op hun 65e met pensioen gaan, zouden ze dan tot hun 80e of 85e moeten kunnen rondkomen. Maar zo’n gemiddelde hoeft natuurlijk niet op jou van toepassing te zijn; misschien schiet je er ver bovenuit. Het Pew Research Center schat dat er wereldwijd in 2050 zo’n 3,67 miljoen honderdjarigen zullen zijn. Dat is acht keer zoveel als in 2015, toen ongeveer 451.000 mensen die mijlpaal bereikten. En dat betekent dat we er maar beter rekening mee kunnen houden dat we ons pensioen over een veel langere periode moeten spreiden, voor het geval we die honderd aantikken.

Die financiële onzekerheid knaagt aan veel mensen. In de VS verwacht nog geen vijftig procent van de werkende 50-plussers de eindjes aan elkaar te kunnen knopen als ze stoppen met werken op de leeftijd dat anderen met pensioen gaan. De situatie in Australië is niet veel anders: ruim zes op de tien mensen maakt zich Down Under zorgen over het krimpen van de pensioenen en een even grote groep is bezorgd over het groeiende aantal mensen dat op oudere leeftijd financiële steun nodig heeft. Wereldwijd is 61% van de beroepsbevolking bang dat ze door economische onzekerheid niet voor hun oude dag kunnen sparen. Slechts 21% vertrouwt erop er later financieel warmpjes bij te zitten. Zo’n 44% verwacht langer te moeten doorwerken door de lage rente, en bijna een derde denkt dat het staatspensioen (in Nederland de AOW) niet meer bestaat tegen de tijd dat ze er recht op zouden hebben.

De weg naar een houdbaar pensioenstelsel

Overheden en werkgevers nemen maatregelen om in te spelen op de vergrijzing, terwijl werknemers langzaam wennen aan het idee dat hun loopbaan niet stopt bij 65.

Nu de pensioenstelsels onder druk staan, zijn regeringen in de ontwikkelde landen begonnen met structurele hervormingen, sommige stapsgewijs, andere ambitieuzer. Singapore heeft bijvoorbeeld het Central Provident Fund uitgebreid, waardoor mensen die na hun 55e blijven werken meer kunnen sparen voor inkomenszekerheid op oudere leeftijd, terwijl ook het werken op latere leeftijd wordt gestimuleerd via loonsubsidies en subsidies voor herintreders. In Japan, dat een van de oudste bevolkingen ter wereld heeft, stimuleert de overheid het aannemen en in dienst houden van oudere werknemers. In Denemarken is juist een flexibele pensioenregeling ingevoerd, de ‘Fleksydelse’, die oudere werknemers in staat stelt hun werkuren geleidelijk af te bouwen terwijl ze een gedeeltelijke uitkering ontvangen. Al deze maatregelen, hoe verschillend ze ook zijn qua opzet, laten hetzelfde zien: blijven werken na je pensioen wordt steeds gewoner.

Werkgevers spelen hierop in door in hun personeelsstrategieën te kiezen voor flexibele pensioentrajecten, meeneembare secundaire arbeidsvoorwaarden, hulp bij financiële planning en individuele leerbudgetten. Principal Financial Group in de Verenigde Staten heeft bijvoorbeeld een informeel, gefaseerd pensioenprogramma ingevoerd waarmee werknemers kunnen overstappen naar deeltijdfuncties met aangepaste arbeidsvoorwaarden. Siemens AG in Duitsland biedt een soortgelijke regeling aan, waarmee medewerkers rustig af kunnen bouwen in plaats van de ene op de andere dag met werken te stoppen. Bij Unilever kunnen werknemers gebruikmaken van budgetten voor levenslang leren en regelingen voor flexibel werken. Deze programma’s helpen werknemers een langere loopbaan op te bouwen, terwijl bedrijven de schat aan kennis en ervaring behouden die anders op 65-jarige leeftijd simpelweg de deur uit zou lopen.

Stoppen met werken of doorstomen?

Maar hoe kijken werknemers zelf tegen deze veranderingen aan? Sinds 1992 is de arbeidsparticipatie onder 55- tot 64-jarigen met 7% gestegen, en in sommige landen ligt dat cijfer nog hoger. In Japan geeft 80% van de werknemers aan te willen doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd. Een op de vier werknemers blijft er na hun 65e in dienst. De redenen hiervoor zijn niet alleen financieel. Werk biedt structuur, sociale contacten en mentale uitdaging. En precies die dingen helpen je om fit en gezond ouder te worden. Uit een onderzoek waarbij ongeveer 83.000 ouderen gedurende 15 jaar werden gevolgd, bleek dat degenen die na de traditionele pensioenleeftijd van 65 jaar bleven werken, tot drie keer vaker aangaven in goede gezondheid te verkeren dan degenen die waren gestopt. Bovendien verlaagt elk extra jaar dat je werkt (in plaats van met pensioen te gaan) het risico op overlijden met 11%, zo blijkt uit een ander onderzoek onder gezonde senioren.

Dat gezegd hebbende, is langer doorwerken natuurlijk niet voor iedereen haalbaar. Het hangt er maar net van af wat voor soort werk je doet. Een kenniswerker die op zijn 68e rustig afbouwt als parttime consultant bevindt zich in een totaal andere positie dan iemand die decennialang zwaar lichamelijk werk heeft gedaan, zoals in de bouw, de zorg of een fabriek. Voor veel mensen met een lichamelijk zwaar beroep is doorwerken na je 60e niet realistisch. Als samenleving moeten we er rekening mee houden dat blijven doorwerken voor de een gezond kan zijn, maar dat het voor een ander bittere noodzaak is om op tijd te kunnen stoppen.

“Wordt het doordacht ingezet, dan kan AI mensen helpen hun pensioenopbouw op tijd te plannen, zichzelf heldere doelen te stellen en beter onderbouwde keuzes te maken.”

Courtney Alev, belangenbehartiger voor consumenten bij Intuit Credit Karma

Een AI-financieel adviseur op zak

Miljoenen mensen gebruiken AI-chatbots voor pensioenadvies, vanwege het gebruiksgemak, de razendsnelle antwoorden en het kleine prijskaartje.

Nu een goed pensioen niet meer zo vanzelfsprekend is, laten steeds meer mensen zich adviseren door slimme technologie. Uit onderzoek van Intuit Credit Karma onder ruim 1.000 deelnemers blijkt dat bijna een derde van degenen die generatieve AI gebruiken voor financieel advies, dit specifiek doet om hun pensioenopbouw op de rit te krijgen. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom deze trend een vlucht neemt. AI-chatbots zijn 24 uur per dag beschikbaar, reageren binnen enkele seconden en zijn doorgaans gratis te gebruiken, wat natuurlijk heel aantrekkelijk is voor mensen die zich geen professionele financieel adviseur kunnen veroorloven. “Voor miljoenen mensen die geen toegang hebben tot een financieel adviseur, is AI een uitkomst,” aldus Courtney Alev, belangenbehartiger voor consumenten bij Intuit Credit Karma. “Wordt het doordacht ingezet, dan kan het mensen helpen hun pensioenopbouw op tijd te plannen, zichzelf heldere doelen te stellen en beter onderbouwde keuzes te maken.” Maar het gebruik van AI voor financieel advies AI brengt ook grote risico’s met zich mee.

Chatbots kunnen advies geven dat onnauwkeurig is, te algemeen of niet aansluit op iemands persoonlijke situatie. Ze kunnen cruciale context over het hoofd zien, een financiële situatie verkeerd inschatten en klinken soms een stuk zekerder dan de feiten rechtvaardigen. Belangrijker nog: ze dragen geen juridische verantwoordelijkheid voor het advies dat ze geven. Menselijke financiële adviseurs werken binnen regelgevende kaders die hen verplichten om in het beste belang van de klant te handelen en belangenconflicten te melden. AI-tools hebben die verplichtingen niet. “Als ChatGPT je de afgrond in helpt (…) verdwijnt het taalmodel niet achter de tralies,” waarschuwt Andrew Lo, hoogleraar financiën aan de MIT Sloan School of Management. “Er is geen sprake van een feitelijke zorgplicht in de zin van het dragen van de gevolgen. Je moet het advies dus met een flinke korrel zout nemen.” En het is makkelijk in de valkuil te trappen: meer dan de helft van mensen die naar financieel advies van AI hebben gehandeld, geeft toe dat ze uiteindelijk een slechte financiële beslissing of een fout hebben gemaakt.

Experts zijn het er over het algemeen over eens dat AI een nuttig uitgangspunt kan zijn. Toch moet elk advies dat eruit rolt zorgvuldig worden gecheckt voordat je ernaar handelt. “Je moet je er goed in verdiepen, want uiteindelijk gaat het om jouw leven en jouw vermogen,” voegt Lo toe. “Je moet zelf de verantwoordelijkheid dragen, tot het moment dat grote taalmodellen die verantwoordelijkheid kunnen overnemen.” Het is bovendien verstandig om een professional te raadplegen voordat je je vastlegt op een specifiek plan. “Als je AI gebruikt voor je pensioenplanning, sta er dan bij stil dat het model jou niet kent; het kent alleen patronen in zijn trainingsdata,” zegt Chris Cochran, vicepresident AI-beveiliging bij SANS Institute, een bedrijf dat trainingen geeft op het gebied van cyberbeveiliging. “De AI klinkt misschien erg zeker van zijn zaak, maar de beleggingsvisie sluit waarschijnlijk niet aan bij jouw werkelijke risicobereidheid. Daarom blijft de menselijke check essentieel.”

Maakt AI ons pensioenpotje overbodig?

Volgens sommigen is sparen voor je pensioen straks niet meer nodig door de welvaart die AI gaat creëren. Maar blind optimisme in de toekomst is een riskante gok.

Een kleine, maar uitgesproken groep denkers beweert dat het hele idee van sparen voor je pensioen binnenkort achterhaald is. Volgens hen hebben we straks alles wat we nodig hebben, en hoeven we geen geld opzij te zetten voor de toekomst. Elon Musk is de grote aanjager van dit idee, en we weten allemaal dat hij er een handje van heeft extreme voorspellingen te doen. “Maak je niet druk over het opzij zetten van geld voor je pensioen over 10 of 20 jaar … het zal er niet toe doen,” zei hij onlangs in een podcast. Hij gaat ervan uit dat AI en robotica de productiviteit zo enorm gaan verhogen dat schaarste simpelweg verdwijnt. Producten en diensten zullen in overvloed zijn, een universeel hoog inkomen wordt werkelijkheid, en de financiële noodzaak om te sparen zal verdwijnen. “Als er ook maar iets waar is van wat we hebben gezegd,” stelt Musk, de rijkste man ter wereld, “dan is sparen voor je oude dag straks niet meer nodig.”

Hoewel de meeste experts het erover eens zijn dat de economie door AI ingrijpend zal veranderen, verschillen ze op dit specifieke punt van mening met Musk. Sommigen noemen zijn uitspraken misleidend, riskant of zelfs ronduit gevaarlijk. Hun belangrijkste argument is dat, zelfs als AI enorme productiviteitswinsten oplevert, die winst niet automatisch betekent dat mensen geen eigen spaargeld meer nodig hebben. “Zelfs in een rijkere economie zullen de baten waarschijnlijk ongelijk verdeeld en onzeker zijn. Mensen moeten dus nog steeds sparen, voor het geval de toekomst anders loopt dan voorspeld,” zegt Olivia Mitchell, directeur van het Boettner Center for Pensions and Retirement Security in de Amerikaanse stad Wharton. Opvallend is dat zelfs Elon Musk toegeeft dat er een keerzijde is aan een wereld zonder werk. Hij waarschuwt dat als we niet meer hoeven te werken voor ons geld, we weleens in een enorme identiteitscrisis kunnen belanden, met alle sociale onrust van dien. “Als je alles krijgt wat je maar begeert, is dat dan wel de toekomst die je wilt?”, aldus de man die alles heeft. “Want dat betekent dat werken niet meer hoeft.”

Technologische ontwikkelingen zorgen uiteindelijk voor groei en brengen rendement, dat leert de geschiedenis ons wel. Maar die vooruitgang gaat nooit zonder horten of stoten en niet iedereen profiteert er in gelijke mate van. Eerdere innovatiegolven, van de industrialisatie en elektriciteit tot het digitale tijdperk, leverden uiteindelijk voordelen voor de samenleving op, maar gingen ook gepaard met grote ontregeling en ongelijkheid. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dat bij AI anders zal zijn. Het is goed mogelijk dat technologische ontwikkelingen in de komende decennia gaan veranderen hoe welvaart wordt gecreërd, maar een 70-jarige in 2045 zal waarschijnlijk nog steeds een vast maandelijks inkomen nodig hebben om de huur, eten, gezondheidszorg en al het andere dat bij het leven hoort te betalen. Die rekeningen worden niet betaald met vage beloftes over ‘toekomstige overvloed’. Hoe groot de impact van AI ook wordt, de kans is klein dat iedereen er meteen baat bij heeft. Blijven sparen zal voorlopig dus bittere noodzaak blijven.

Share via
Copy link