AI-beleid voor je school: de keuzes die schoolleiders niet kunnen overslaan

Hoe maak je een AI-beleid voor je school? Vijf keuzes voor po, vo en mbo: tools, toetsing, privacy, AI-geletterdheid en eigenaarschap, met de AI-regels.
Foto van Richard van Hooijdonk
Richard van Hooijdonk
Hoe maak je een AI-beleid voor je school? Vijf keuzes voor po, vo en mbo: tools, toetsing, privacy, AI-geletterdheid en eigenaarschap, met de AI-regels.

Lezing van Richard

AI & de toekomst van het onderwijs. De AI-tutor, adaptief leren, nieuwe toetsen en wat dat vraagt van docenten en schoolleiders.

Bekijk de lezing â†’Bekijk alle lezingen

Waarom nu een AI-beleid?

Leerlingen en leraren gebruiken AI al, maar de afspraken ontbreken vaak nog.

In de Kamerbrief van 3 februari 2026 schrijft de staatssecretaris van OCW dat AI “is doorgedrongen in alle lagen van het onderwijs”. Leerlingen gebruiken generatieve AI voor huiswerk en toetsvoorbereiding, en leraren experimenteren met AI bij nakijken en lesontwerp. De cijfers bevestigen dat. Volgens het CBS maakte in 2024 34,0 procent van de 12- tot 18-jarigen teksten, video’s of afbeeldingen met een AI-programma zoals ChatGPT. Bij 18- tot 25-jarigen was dat 48,7 procent.

Leraren lopen achter. Volgens De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie gebruikt ongeveer een kwart van de leraren in het po en een derde van de docenten in het vo AI. Een groot deel vindt dat ze nog niet de kennis en vaardigheden hebben om AI effectief in te zetten (po: 88 procent, vo: 80 procent). Tussen 31 en 41 procent zegt dat hun school niet genoeg digitale tools en infrastructuur heeft. De Inspectie concludeert: “Om te voorkomen dat leraren achter de feiten aanlopen is het nodig dat scholen snel (professionaliserings)beleid ontwikkelen.” Ook de Autoriteit Persoonsgegevens zag in haar Sectorbeeld Onderwijs al dat algoritmes en AI “vragen om nader beleid en een gesprek over de wenselijkheid ervan”. Landelijk is er nog veel in de maak. OCW heeft opdracht gegeven voor een actieplan digitalisering funderend onderwijs. En in juni 2026 stelden Kamerleden in een motie voor dat de regering met Kennisnet, SURF en SIVON een voorstel uitwerkt voor een veilige publieke Nederlandse AI-voorziening. Dat zijn plannen en voorstellen. Wachten tot ze klaar zijn hoeft niet: de Europese regels gelden al.

Laat kinderen en studenten leren werken met AI, want het gaat nooit meer weg. Je kunt het verbieden, maar AI is here to stay; begeleiden werkt daarom beter dan verbieden.

Keuze 1: Wat mag AI doen?

Spreek eerst af wie beslist, en daarna per taak wat AI mag en wat bij de leraar blijft.

Begin bij de mensen, niet bij de tools. Spreek af wie in de schoolleiding beslist wat mag, wie toezicht houdt en hoe leraren leren ermee te werken. Dat is de kern van een AI-first organisatie, ook in een school. Leveranciers voegen regelmatig AI-functies toe aan bestaande producten, dus spreek ook af wie zulke nieuwe functies beoordeelt. Kijk dan naar het werk zelf. Loop met het team de taken langs, van lesvoorbereiding en nakijken tot roosters maken en oudergesprekken voorbereiden, en spreek per taak af: wat mag AI doen, en wat blijft bij de leraar? Maak daarna duidelijk wat mag en waarvoor. Leraren willen weten wat ze voor lesvoorbereiding mogen gebruiken. Leerlingen willen weten wat mag bij huiswerk, en wanneer niet. Kennisnet adviseert accounts centraal te beheren, zodat medewerkers en leerlingen niet buiten het zicht van de school accounts aanmaken bij leveranciers zonder verwerkersovereenkomst. Let ook op de leeftijdsgrenzen in de gebruiksvoorwaarden van een tool.

Sommige toepassingen zijn gewoon verboden. Volgens artikel 5 van de AI Act mag je geen AI-systemen gebruiken die de emoties van mensen in onderwijsinstellingen afleiden, behalve om medische of veiligheidsredenen. Volgens de Europese Commissie geldt dit verbod sinds februari 2025. Een tool die belooft te meten hoe betrokken of gestrest leerlingen zijn aan de hand van hun gezicht, hoort niet in de klas. Voor de toets vooraf hoef je niet alles zelf te doen. In de Kamerbrief van februari 2026 staat dat OCW met SIVON heeft afgesproken de Kinderrechten Impact Assessment toe te passen bij het toetsen van digitale onderwijsproducten.

Keuze 2: Hoe toets je nu?

Vertrouw niet op AI-detectie, maar kies per soort opdracht: zonder AI, met AI of het leerproces zichtbaar maken.

Dit is de keuze die veel scholen uitstellen, en waar leraren het eerst naar vragen. Een eerste les: vertrouw niet op AI-detectie. Volgens Kennisnet zijn AI-detectietools “heel onbetrouwbaar”: ze geven veel valspositieven en zijn makkelijk te omzeilen. Je loopt het risico leerlingen ten onrechte van fraude te beschuldigen. Kies daarom per soort opdracht. Kennisnet beschrijft drie aanpakken, die je kunt combineren:

  • Zonder AI, waar leerlingen een basisvaardigheid echt zelf moeten opbouwen;
  • Met AI, waar leerlingen juist leren werken met AI, bijvoorbeeld als sparringpartner bij schrijven of bij bronnenonderzoek;
  • Het leerproces zichtbaar maken
    grote opdrachten in fases, deels in de klas, een logboek, of een eindproduct dat de leerling mondeling verdedigt.

Waarom ‘zonder AI’ erbij hoort, laat het onderzoek zien. Volgens een overzicht van Stanford uit 2026 hebben van ruim 800 studies over AI in het onderwijs er maar 20 sterk bewijs voor oorzaak en gevolg. De lijn daarin: leerlingen presteren beter zolang ze AI gebruiken, maar zonder AI is het effect wisselend. In een experiment in Turkije deden leerlingen die met een gewone chatbot voor wiskunde oefenden het slechter op een toets zonder hulpmiddelen dan leerlingen zonder AI; met een chatbot die als tutor hints gaf in plaats van antwoorden scoorden ze gelijk. Toets dus ook zonder AI wat een leerling zelf moet kunnen. Leg vast wat mag. Veel leerlingen weten volgens Kennisnet niet of ze AI mogen gebruiken bij schoolopdrachten. Spreek per opdracht af welke activiteiten zijn toegestaan (brainstormen, taalcontrole, een eerste opzet) en hoe een leerling zijn AI-gebruik verantwoordt, bijvoorbeeld met een korte verklaring. Kennisnet raadt aan die afspraken op te nemen in het toetsbeleid en het examenreglement. Zo krijgen leerlingen niet bij elke docent andere regels.

Er is ook een wettelijke grens. Volgens bijlage III van de AI Act is AI in het onderwijs “hoog risico” als die wordt gebruikt om toelating te bepalen, leerresultaten te beoordelen, het onderwijsniveau van een leerling vast te stellen of om tijdens toetsen ongeoorloofd gedrag te monitoren. Er is een uitzondering: volgens artikel 6 lid 3 is zo’n systeem geen hoog risico als het de uitkomst van een beslissing niet wezenlijk beĂŻnvloedt, bijvoorbeeld omdat het alleen een beperkte procedurele of voorbereidende taak doet. Een systeem dat leerlingen profileert, blijft altijd hoog risico. Dat geldt op alle niveaus, dus ook in het mbo. De Europese Commissie meldt dat de strenge regels voor deze toepassingen gelden vanaf 2 december 2027, met onder meer menselijk toezicht. Een school die AI toetsen laat nakijken of AI-surveillance bij toetsen inzet, moet dat weten vóór het tekenen van een contract.

Keuze 3: Leerlinggegevens

Spreek af welke AI-tools de school goedkeurt, en dat persoonsgegevens van leerlingen nooit in andere tools terechtkomen.

Wat je in een AI-chatbot typt, belandt vaak bij de aanbieder. De Autoriteit Persoonsgegevens kreeg meldingen van datalekken doordat medewerkers persoonsgegevens deelden met een AI-chatbot. De AP schrijft dat de meeste bedrijven achter chatbots alle ingevoerde gegevens opslaan. Gebruikt een medewerker een chatbot tegen de afspraken in en voert hij persoonsgegevens in, dan is dat een datalek, en is een melding aan de AP en de betrokkenen in veel gevallen verplicht. De AP vraagt organisaties duidelijk af te spreken welke gegevens wel en niet in een chatbot mogen. In een school gaat het om gevoelige gegevens: namen, cijfers, notities over gedrag of ondersteuning. De AP wijst erop dat kinderen en jongeren door hun kwetsbare positie extra bescherming nodig hebben.

Kennisnet zet in privacy en AI de belangrijkste afspraken op een rij. Een beleid kan die concreet maken:

  • voer geen persoonsgegevens van leerlingen in AI-tools in die de school niet heeft goedgekeurd, en gebruik ook in goedgekeurde tools waar het kan fictieve of anonieme gegevens;
  • voer een DPIA uit voordat je een AI-toepassing gebruikt die persoonsgegevens verwerkt;
  • gebruik alleen AI-diensten met een verwerkersovereenkomst, en zet het gebruik van invoer als trainingsdata uit;
  • laat AI nooit zelfstandig een cijfer geven: volgens Kennisnet kan dat geautomatiseerde besluitvorming zijn, waarvoor de AVG menselijke tussenkomst eist;
  • leg vast wie je belt als het misgaat.
Richard van Hooijdonk op het podium voor een scherm met zijn naam en trendwatcher en futurist

Keuze 4: AI-geletterdheid

AI-geletterdheid is sinds 2 februari 2025 een plicht, en voor de inhoud hoef je niet bij nul te beginnen.

Een beleid werkt alleen als mensen de tools begrijpen. Dat is ook een wettelijke plicht. Volgens artikel 4 van de AI Act moeten aanbieders en gebruikers van AI-systemen maatregelen nemen om de AI-geletterdheid van hun personeel te ondersteunen. Een school is volgens Kennisnet meestal geen aanbieder, maar “gebruiksverantwoordelijke”. Volgens de Europese Commissie geldt die plicht sinds 2 februari 2025, en houden nationale markttoezichthouders er vanaf 2 augustus 2026 toezicht op. De regel is dit jaar afgezwakt. Sinds de Digital Omnibus op 27 juli 2026 in werking trad, blijft AI-geletterdheid een plicht, maar wordt geen bepaald of “voldoende” niveau meer geĂ«ist. Een certificaat is ook niet nodig: trainingen kun je intern registreren. Voor wie hoog-risico-AI gebruikt, blijft de plicht om personeel te trainen voor menselijk toezicht wel bestaan.

Voor de inhoud hoef je niet bij nul te beginnen. Kennisnet heeft een raamwerk AI-geletterdheid voor het po en vo, met de competenties kundig, kritisch, creatief en professioneel, en drie niveaus: basis, gevorderd en expert. Het basisniveau is ook bedoeld voor leraren die zelf geen AI gebruiken, want hun leerlingen doen dat wel. Bij het raamwerk hoort een toolkit met een zelfevaluatie en een teamsessie. Op Europees niveau hebben de Europese Commissie en de OECD een raamwerk AI-geletterdheid voor het primair en voortgezet onderwijs gemaakt, dat niet bindend is. En de leerlingen zelf? SLO publiceerde op 1 september 2025 de definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid voor het po, de onderbouw van het vo en het (voortgezet) speciaal onderwijs. AI krijgt daarin een eigen doel: “De leerling verkent AI.” De kerndoelen staan nog niet in de wet. SLO verwacht dat ze vanaf schooljaar 2027-2028 wettelijk zijn vastgelegd, en scholen krijgen tot augustus 2031 om ze in te voeren. Je kunt er nu al mee oefenen. Voor het mbo gelden deze kerndoelen niet.

Keuze 5: Wie houdt het bij?

Wijs een eigenaar aan en spreek een vast moment af om het beleid te herzien.

AI-tools veranderen elke paar maanden. Een beleid dat één keer is geschreven en in een map verdwijnt, is binnen een jaar verouderd. Leg die taak bij één persoon, bijvoorbeeld iemand uit de schoolleiding, met een vaste datum in de agenda. Kennisnet heeft een stappenplan voor AI-beleid en een voorbeelddocument. De kern:

  1. Kaders.
    Begin bij de visie op onderwijs en de kernwaarden van je school.
  2. Gesprek.
    Praat met leraren, leerlingen, ouders en de medezeggenschapsraad over kansen en risico’s, zonder vooraf voor of tegen te kiezen.
  3. Visie en beleid.
    Schrijf een concept, vraag feedback en leg het ter instemming voor aan de MR.
  4. Samenhang.
    Kijk wat het betekent voor je ICT- en privacybeleid (IBP).
  5. Herzien.
    Leg vast wanneer je het beleid herziet en hoe je meet of het werkt, in de gewone PDCA-cyclus.

Een AI-beleid op één A4

Een werkbaar beleid past op één pagina, in zes onderdelen.

Zet je besluiten onder deze zes kopjes:

  1. Doel.
    Waarom de school AI gebruikt, en wat ze wil beschermen: leren, eerlijkheid, privacy.
  2. Afspraken over gebruik.
    Wie beslist wat mag, per groep (personeel, leerlingen per leeftijd), en waarvoor.
  3. Rode lijnen.
    Geen persoonsgegevens in niet-goedgekeurde tools; geen emotieherkenning; AI nooit als enige beoordelaar van een cijfer.
  4. Toetsing.
    Per soort opdracht: AI mag, AI mag met verantwoording, of AI mag niet. Opgenomen in toetsbeleid en examenreglement.
  5. Scholing.
    Wat elk teamlid leert, en hoe je dat bijhoudt.
  6. Eigenaar en herziening.
    Wie verantwoordelijk is, en wanneer het beleid weer op tafel ligt.

Richard spreekt hierover

AI & de toekomst van het onderwijs. De AI-tutor, adaptief leren, nieuwe toetsen en wat dat vraagt van docenten en schoolleiders.

Bekijk de lezing â†’Maak kennis met Richard

Alle lezingenVraag beschikbaarheid aan

Veelgestelde vragen

Moet een school AI verbieden?

Een verbod is lastig te handhaven als een derde van de 12- tot 18-jarigen al AI-programma’s gebruikt, volgens het CBS. Kennisnet raadt aan om in gesprekken weg te blijven van voor of tegen, en per opdracht te kiezen waar AI wel en niet past. Sommige toepassingen, zoals emotieherkenning, zijn in de EU sowieso verboden.

Is AI op school hoog risico?

Niet alles. AI gebruiken om een les voor te bereiden staat niet op de hoog-risicolijst. AI die toelating bepaalt, leerresultaten beoordeelt, het onderwijsniveau vaststelt of tijdens toetsen ongeoorloofd gedrag van leerlingen monitort, is volgens bijlage III in principe wel hoog risico. Doet het systeem alleen een beperkte of voorbereidende taak zonder wezenlijke invloed op de beslissing, dan geldt volgens artikel 6 lid 3 een uitzondering. De strenge regels daarvoor gelden vanaf 2 december 2027.

Hebben leraren een AI-certificaat nodig?

Nee. De Europese Commissie schrijft dat een certificaat niet nodig is. Scholen moeten de AI-geletterdheid van hun personeel wel ondersteunen, en kunnen trainingen intern registreren.

Is de school aanbieder of gebruiker?

Meestal gebruiker, in de wet “gebruiksverantwoordelijke”. Volgens Kennisnet kan een school toch aanbieder worden als ze een AI-systeem wijzigt of voor een ander doel inzet dan bedoeld. Spreek daarom intern af dat niet te doen.

Eigen gratis account voor schoolwerk?

Liever niet. Volgens Kennisnet heeft de school dan geen privacyafspraken met de aanbieder en geen grip op wat er met de gegevens van leerlingen gebeurt. Wil je leerlingen laten experimenteren, richt dan schoolaccounts in die de school zelf privacyvriendelijk kan instellen.

Waar begint een schoolleider?

Begin klein: één overleg, één A4 en binnen een maand reactie van team en leerlingen.

Zet de vijf keuzes op de agenda van één MT-overleg. Maak per keuze een eerste besluit, zet het op één A4 en deel het als concept met het team en de MR. Vraag leraren en leerlingen binnen een maand om reactie. Een helder, onvolmaakt beleid helpt meer dan een perfect beleid dat nooit komt.

Een beleid op één A4 is een begin, maar of het werkt, hangt af van de mensen in de school. Ik raad schoolleiders aan om docenten de ruimte te geven om te proberen en te experimenteren met nieuwe technologie, binnen de afspraken van de school, en daarna samen te bespreken wat in de klas werkt en wat niet. Docenten die enthousiast en kritisch tegelijk zijn, geven dat ook mee aan hun leerlingen. Hoe je mensen zo in beweging krijgt, is ook het onderwerp van de lezing over de organisatie van de toekomst. Hoe AI het onderwijs zelf verandert, is het onderwerp van de lezing over AI in het onderwijs en van De AI-revolutie; actuele voorbeelden met datum en bron staan op de nieuwspagina over AI in het onderwijs.

Richard van Hooijdonk

Richard van Hooijdonk is trendwatcher, futurist en internationaal keynotespreker. Veel trendwatchers en futuristen bekijken de toekomst van een afstand. Richard van Hooijdonk leeft erin. Zijn team bestaat uit mensen en AI-agents en hij heeft meerdere chips geĂŻmplanteerd in zijn lichaam. Hij gaf meer dan 3.000 keynotes in meer dan 30 landen. Bekijk zijn keynotes â†’

Share via
Copy link