Hoe universiteiten er in 2050 uitzien (als ze dan nog bestaan)

Foto van Richard van Hooijdonk
Richard van Hooijdonk
Fraude met AI, diploma’s die hun waarde verliezen en torenhoge kosten: het hoger onderwijs staat onder druk. In 2050 bestaat de universiteit zoals we die nu kennen misschien niet meer.

Het model van het hoger onderwijs ziet er eigenlijk al eeuwenlang min of meer hetzelfde uit: studenten schrijven zich in, volgen colleges, leggen examens af en studeren af. Hun diploma dient als bewijs dat ze klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Maar door nieuwe ontwikkelingen begint dat traditionele systeem uit elkaar te vallen. Het zal niemand verbazen dat AI hierbij de grootste rol speelt. AI-tools die essays kunnen schrijven, problemen kunnen oplossen en complexe materie kunnen samenvatten, veranderen hoe studenten leren en daarmee ook hoe docenten proberen te toetsen of ze iets hebben geleerd. In het Verenigd Koninkrijk alleen al stelden universiteiten in 2024 bijna 7000 gevallen van fraude met AI vast; ruim drie keer zoveel als het jaar daarvoor. En er wordt gevreesd dat dat nog maar het topje van de ijsberg is. Uit een onderzoek van het Higher Education Policy Institute blijkt dat in 2025 88% van de studenten gebruik maakte van AI voor opdrachten.

Tegelijkertijd worden studenten steeds sceptischer over wat een traditionele opleiding aan een universiteit of hogeschool nog waard is. Uit onderzoek van het Pew Research Center uit 2023 blijkt dat nog maar 25% van de Amerikaanse volwassenen van mening is dat een vierjarige opleiding essentieel is om een goede baan te krijgen. 29% van de ondervraagden vindt dat de universiteit het geld simpelweg niet waard is. Maar in de Verenigde Staten kost het dan ook een fortuin om te studeren en zit je, tenzij je rijke ouders hebt, je leven lang met een torenhoge studieschuld. Studeren aan een Amerikaanse topuniversiteit kost al snel 250.000 dollar voor vier jaar. De totale schuld van alle studenten samen was in 2024 zo’n 1,7 biljoen dollar. In Europa is studeren natuurlijk vaak veel goedkoper, maar door de enorme instroom van studenten en krappere budgetten moeten universiteiten bezuinigen. En dat komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede.

Ook werkgevers beginnen anders tegen de waarde van een diploma aan te kijken. Uit een onderzoek van Resume Templates uit 2025 blijkt dat een kwart van de Amerikaanse werkgevers van plan is om voor sommige functies de eis van een bachelorsdiploma te schrappen. De cijfers uit de banenmarkt bevestigen deze trend. Begin 2024 stond er bij minder dan 20% van de Amerikaanse vacatures op Indeed de eis van minimaal een afgeronde HBO-opleiding, terwijl bij meer dan de helft (52%) helemaal geen specifieke opleiding werd geëist. Deze trends laten zien dat het hoger onderwijs een periode van grote onzekerheid ingaat. De manier waarop onderwijs wordt gegeven, hoe prestaties worden gemeten en welke diploma’s belangrijk zijn, is aan het veranderen, met grote gevolgen voor de toekomst van het hoger onderwijs. In het jaar 2050 zien universiteiten er waarschijnlijk heel anders uit.

Scenario 1: De universiteit als exameninstantie

Wat als universiteiten volledig zouden stoppen met lesgeven en zich alleen nog maar zouden richten op het toetsen van je kennis?

Eén van de mogelijke scenario’s is dat de universiteit vooral nog een exameninstantie wordt en niet zozeer een plek waar je naartoe gaat voor lessen. Studenten leren dan gewoon thuis en in hun eigen tempo via online cursussen en AI-tutors, of werken al bij een werkgever via een leerwerktraject om praktijkervaring op te doen. Als je denkt dat je de stof kent, doe je een examen of praktijktoets. Zo loods je jezelf door vakken of complete opleidingen heen zonder dat je ooit in een collegezaal hebt gezeten. Het gaat niet meer om de uren die je in de collegebanken slijt, maar om het resultaat. De belangrijkste functie van de universiteit wordt het verlenen van diploma’s: het beoordelen van vaardigheden en kennis, ongeacht hoe of waar deze zijn verworven.

We zien de eerste signalen hiervan al: korte cursussen en microcredentials zijn de afgelopen jaren enorm populair geworden. Microcredentials worden online behaald en zijn landelijk erkende certificaten waarmee je kunt aantonen dat je een korte cursus of module succesvol hebt afgerond. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om vaardigheden zoals data-analyse, projectmanagement of digitale marketing. Uit een wereldwijd onderzoek van Coursera uit 2025 blijkt dat bijna 90% van de studenten microcredentials inmiddels als essentieel beschouwt om een baan te krijgen en succesvol te zijn in hun loopbaan. Ook beleidsmakers beginnen het belang ervan in te zien. In 2022 nam de Europese Unie een voorstel aan om de ontwikkeling, invoering en gemeenschappelijke erkenning van microcredentials te ondersteunen. Ze zijn hiermee niet langer een ‘leuk extraatje’, maar volwaardige tools voor levenslang leren en betere kansen op de arbeidsmarkt.

AI-gestuurd onderwijs van de toekomst

Dankzij AI komt dit scenario dichterbij. Adaptieve leerplatforms passen de inhoud al aan individuele kennislacunes en het tempo van de leerling aan, waardoor je sneller en efficiënter vaardigheden kunt verwerven. Als AI het onderwijs voor zijn rekening neemt, kunnen universiteiten zich beperken tot het toekennen van een diploma door het afnemen van een streng examen of een vaardigheidstoets. Sommige onderwijskundigen zien dit als onvermijdelijk en verwachten dat het model van jarenlang klassikaal onderwijs in 2050 tot het verleden behoort. “Het idee dat iedereen in de klas hetzelfde moet doen, is straks echt zwaar achterhaald,” zegt de bekende psycholoog Howard Gardner. Volgens hem gaat de ‘meerjarige sleur’ plaatsmaken voor korte trajecten die gericht zijn op het ontwikkelen van vaardigheden. Gardner: “Jezelf 10 of 15 jaar lang door het schoolsysteem worstelen zoals wij deden, heeft totaal geen zin.”

Sommige onderwijsinstellingen zijn deze weg al ingeslagen. De University of London biedt bijvoorbeeld al lang de mogelijkheid om zelfstandig te studeren en een diploma te halen via externe examens. Ook zien we steeds vaker competentiegericht onderwijs, een methode waarin de online Western Governors University (uit het Amerikaanse Utah) een voortrekkersrol speelt. Een student hoeft hierbij geen voet meer op de campus te zetten. Zodra ze er klaar voor zijn, schrijven ze zich in voor het examen, leggen ze een aantal toetsen af en behalen ze een B.S. of M.A. – volledig volgens hun eigen schema. Dit vergroot ook nog eens de toegankelijkheid voor werkende volwassenen en mensen die ver van universiteitssteden wonen. Én de kosten dalen, omdat studenten alleen nog hoeven te betalen voor toetsing en eventuele begeleiding in plaats van voor uren in de collegezaal.

Scenario 2: Exclusieve clubs

Topuniversiteiten worden misschien vooral luxemerken die connecties en ervaringen verkopen in plaats van alleen onderwijs.

Een andere mogelijke uitkomst is dat de fysieke campus blijft bestaan, maar dan in een heel andere vorm. In plaats van de standaard leerweg te zijn voor miljoenen studenten, verandert de universiteit in een exclusieve high-end ervaring. Dit is dan enkel weggelegd voor de elite die het kan betalen of voor wie een felbegeerde beurs weet te bemachtigen. Deze instituten onderscheiden zich door extreem kleine klassen, luxueuze faciliteiten, intensieve begeleiding en een netwerk waar je normaal gesproken nooit toegang toe hebt. Studenten betalen hier duizelingwekkende bedragen aan collegegeld. Dat doen ze niet zozeer voor de lesstof, die immers overal te vinden is, maar voor de toegang tot invloedrijke klasgenoten, mentoren en alumninetwerken. Het draait dan dus om de unieke ervaringen die ze daar opdoen en waar ze de rest van hun leven profijt van hopen te hebben.

We zien al een glimp van deze toekomst in hoe sommige van de topuniversiteiten in de wereld werken. Net zoals een Gucci-tas niet enkel voor de kwaliteit staat, maar vooral status en klasse uitstraalt, vertelt een diploma van een prestigieuze Ivy League-universiteit (zoals Harvard en Princeton) de wereld dat je bij de sociale elite hoort en over het nodige talent beschikt. In een overvolle arbeidsmarkt is dat het gouden ticket dat deuren opent die voor anderen dicht blijven. Geen wonder dat rijke ouders bereid zijn 90.000 dollar per jaar aan collegegeld neer te tellen; ze betalen niet zozeer voor de lessen, maar voor de naam en het netwerk. Het wrange is natuurlijk dat die enorme kosten de ongelijkheid alleen maar groter maakt.

De universiteit als luxemerk

Nu AI en online platforms de toegang tot kennis voor iedereen bereikbaar maken, wordt menselijke verbinding in een leeromgeving een schaars goed. Netwerken, mentorschap en gedeelde leerervaringen kunnen immers niet op dezelfde manier worden gestreamd of geautomatiseerd als content. In 2050 draait het bij de fysieke universiteiten die er dan nog zijn om ‘community’; het worden ‘club-universiteiten’. Leren op de campus gebeurt dan via projecten en nauwe samenwerking in plaats van hoorcolleges. Je komt er voor de ambitieuze mensen om je heen, de begeleiding door topmentoren en een omgeving die volledig gericht is op je groei.

Deze universiteiten worden de nieuwe elite-clubs van de onderwijswereld. Toelating is het ultieme statussymbool. Dankzij het enorme collegegeld kan er fors in elke student worden geïnvesteerd. Dat zie je dan weer terug in baanbrekend wetenschappelijk onderzoek en succesvolle nieuwe bedrijven. Maar de prijs is hoog: nog meer sociale ongelijkheid. De toegang tot een exclusief netwerk bepaalt wie de top bereikt. Toch lijkt dit een plausibele ontwikkeling als de huidige trends zich voortzetten. Bedrijven zullen nauwer betrokken raken en campussen gaan zien als dé plek om talent te scouten. Hoewel er nog steeds diploma’s zullen worden uitgereikt, zal de waarde daarvan minder liggen in de kwalificatie zelf en meer in de relaties en ervaringen die ermee gepaard gaan.

Scenario 3: Beroepsgerichte specialisatie

Vergeet die vierjarige studies. Met intensieve trajecten van 18 maanden word je straks klaargestoomd voor de arbeidsmarkt.

Een derde pad wijst naar beroepsgerichte specialisatie als de belangrijkste vorm van hoger onderwijs. In dit scenario maken lange, brede opleidingen plaats voor korte, gerichte studies die studenten klaarstomen voor specifieke banen. In 2050 kiest een student misschien niet meer voor een vierjarige studie Biologie of Engels vanwege de vele bijvakken en de onzekere baankansen. In plaats daarvan kiezen ze voor een praktijkgerichte cursus van 18 maanden waarbij ze vaardigheden ontwikkelen waar vraag naar is. Het resultaat is misschien een certificaat in plaats van een bachelors- of masterdiploma, maar je kunt er wel direct mee aan de slag.

De groeiende populariteit van codeer-bootcamps laat duidelijk zien hoe dit scenario zich kan ontvouwen. Deze markt bestond tien jaar geleden nauwelijks, was in 2023 goed voor zo’n 900 miljoen dollar en groeit naar verwachting door naar 2,4 miljard dollar in 2030. Door het lesprogramma te beperken tot de kennis die mensen in de praktijk nodig hebben, kun je met een bootcamp complexe vaardigheden zoals softwareontwikkeling in minder dan een jaar onder de knie krijgen. Deze slimme manier van leren hoeft zich natuurlijk niet tot programmeren te beperken. In 2050 zien we deze methode waarschijnlijk ook in opleidingen voor verpleegkundigen, fintech-bootcamps voor professionals in de financiële sector en media-opleidingen voor de creatieve industrie. Veel universiteiten spelen al op deze trend in door korte cursussen aan te bieden waarmee je praktijkgerichte certificaten kunt behalen.

Het Europese model

Het beroepsonderwijs dat we in Europa zien biedt een interessant kijkje in deze mogelijke toekomst. In landen als Zwitserland, Duitsland en Oostenrijk kiezen veel jongeren voor leerwerktrajecten en beroepsopleidingen in plaats van voor een academische opleiding. In Zwitserland kiest zelfs bijna tweederde van de jongeren tussen de vijftien en achttien jaar voor een leerwerktraject. Zo’n traject duurt meestal twee tot vier jaar, waarbij betaald werk gecombineerd wordt met lessen die zijn afgestemd op een bepaald beroep. Het kan goed dat er in 2050 soortgelijke onderwijsmodellen over de hele wereld zijn. Het Verenigd Koninkrijk heeft onlangs al ‘degree apprenticeships’ geïntroduceerd. Hierbij behalen studenten in drie tot vier jaar een bachelorsdiploma terwijl ze bij een bedrijf werken, waarbij de werkgever vaak de studiekosten betaalt.

Tegen 2050 zou een gespecialiseerd traject van 18 maanden standaard kunnen zijn voor veel beroepen waarvoor niet veel academische kennis nodig is. Het klassieke brede universitair onderwijs blijft dan vooral bestaan voor bijvoorbeeld medische richtingen of (zoals hierboven beschreven) de elite. De rest van de studenten staat veel sneller op de werkvloer. Leren houdt in de toekomst echter niet op na het behalen van je diploma; het gaat gewoon door op de werkvloer en via regelmatige bijscholing. ‘Een leven lang leren’ wordt de norm. Denk aan universiteiten en nieuwe onderwijsinstellingen die korte modules en opfriscursussen aanbieden. Zo kun je vanaf je twintigste tot ver na je dertigste je kennis up-to-date houden terwijl je vakgebied verandert en er steeds weer nieuwe skills gevraagd worden.

Share via
Copy link